Alles wat ik in Kentucky zie en ervaar, is op de een of andere manier gekleurd en gevormd door de gedachten en gevoelens die ik had toen ik voor het eerst naar de abdij kwam.
Dat kan ook niet anders. Het zijn allemaal mogelijkheden die latent aanwezig waren in die ervaring en in het besluit dat erop volgde. Zo is ook deze schitterende dag een schakel in de ketting die toen begon, maar in feite al lang daarvoor begonnen was. Langzaam echter, door deze mogelijkheden en realisaties heen, stuur ik mijn leven in de richting van een andere dimensie, waarin deze dingen steeds minder meetellen en waarin een groeiende vrijheid ontstaat tegenover de opeenvolging van gebeurtenissen en ervaringen. Mij lijken ze steeds minder mijn eigen ervaringen te worden. Ze zijn steeds meer verweven in het grote patroon van de hele menselijke ervaring en zelfs in iets dat ver boven die ervaring uitgaat.
Ik ben me steeds minder en minder van mezelf bewust als dit individu dat monnik is en schrijver en dat, als monnik en schrijver, dit ziet of dat schrijft. Het is mijn taak te zien en te spreken voor velen, zelfs als het lijkt of ik enkel voor mezelf spreek.
Thomas Merton, Bespiegelingen van een schuldige toeschouwer,
blz. 246-47.
