Vertroostende balsem

Als ik niet geloofde, als ik niet , zoals men dat noemt, een daad van geloof stelde (en elke daad van geloof vermeerdert ons geloof, ons vermogen tot geloof), als ik niet geloofde dat werken van barmhartigheid de totale som van het lijden van de wereld verminderde, op een manier dat zij die lijden … op een mysterieuze wijze hun pijn draaglijker vinden en er een soort vertroostende balsem wordt gegoten in hun wonden, als ik dat alles niet geloofde, zou het probleem van het kwaad inderdaad alles overweldigend zijn.

Dorothy Day

Meer lezen over Dorothy Day & Thomas Merton: klik hier

Vrede

Voor sommigen betekent vrede enkel de vrijheid anderen uit te buiten zonder angst voor wraakneming of inmenging. Voor anderen betekent vrede de vrijheid om anderen onophoudelijk te beroven. Voor weer anderen betekent het de mogelijkheid de aardse goederen te verbrassen, zonder zich verplicht te voelen hun pleziertjes te laten varen en te delen met anderen, die verhongeren ten gevolge van hun schraapzucht. En voor nagenoeg iedereen betekent vrede eenvoudigweg de afwezigheid van elk lichamelijk geweld, dat hun leven, gewijd aan de bevrediging van hun dierlijke behoefte aan gemak en genot, zou kunnen overschaduwen.

Thomas Merton, Zaden van contemplatie. blz.90

Ons werk is het zaaien.

Wat wij doen is zeer klein, maar het is zoals het jongetje met enkele broden en vissen: Christus nam dat weinige en vermeerderde het. Hij zal de rest doen. Wat wij doen is zo klein dat het ons lijkt of we voortdurend falen, maar zo faalde ook Christus. Aan het kruis werd Hij geconfronteerd met zijn ogenschijnlijk falen. Maar als het zaadje niet in de aarde valt en sterft, zal er geen oogst zijn. En waarom zouden wij het resultaat moeten zien? Ons werk is het zaaien. Een andere generatie zal de oogst binnenhalen.

Dorothy Day

Meer lezen over Dorothy Day & Thomas Merton: klik hier

 

Een niet-eindigende liefde

Het religieuze leven leeft en gedijt niet in gebouwen en niet in dode dingen,niet in bloemen of beesten, maar in de ziel.

En daar bestaat het niet als een 'goed gevoel', maar als een blijvend doel, een niet-eindigende liefde die zich uit, soms als geduld, soms als nederigheid, soms als moed, soms als zelfverloochening, soms als gerechtigheid, maar altijd in een sterke kern van geloof en hoop, en al die dingen zijn slechts aspecten van een blijvend, diep verlangen, mededogen en liefde…

Thomas Merton, The Secular Journal of Thomas Merton 1959 p.197