Goede Week

Christus kwam in de wereld, niet om de verschrikkelijke, koude schoonheid van een heiligenbeeld te dragen, maar om onder de zondaars te worden gerekend, om te sterven als een van hen, veroordeeld door de reinen, Hij, die boven reinheid en onreinheid verheven was. Als Christus niet werkelijk mijn broer is, met al mijn leed, met al mijn lasten op Zijn schouders en al mijn armoede en droefheid in Zijn hart, dan is er geen verlossing geweest. Dan was wat er aan het kruis gebeurde slechts magie.

 

Thomas Merton, Conjectures of a Guilty Bystander, 1968, blz. 142 (vertaling Dirk Doms)

Geef mij nederigheid

Schenk mij de sterkte die u in de stilte en de vrede bedient. Geef mij nederigheid, want alleen daarin is rust te vinden. Verlos me van de hoogmoed, de zwaarste van alle lasten en neem bezit van mijn hele hart en ziel met de eenvoud van de liefde. Neem bezit van mijn hele leven met die ene gedachte en dat ene liefdesverlangen: dat ik lief mag hebben, niet omwille van verdienste of volmaaktheid en ook niet vanwege de deugd of om heilig te worden, maar voor u alleen. Want slechts één ding kan de liefde voldoen en belonen en dat bent u alleen.

 Thomas Merton, Zaden van contemplatie. Damon 2015 p.41-42

Vasten heeft zijn waarde

Eens kwamen twee broeders bij een bepaalde oude die de gewoonte had niet elke dag te eten. Maar toen hij die broeders zag, nodigde hij hen opgewekt uit met hem het avondmaal te gebruiken. Hij zei: “Vasten heeft zijn waarde, maar iemand die eet uit naastenliefde, vervult twee geboden: hij verzaakt aan zijn eigen wil en hij voedt zijn hongerige broeders.”

Thomas Merton, Wijsheid uit de woestijn. Uitspraken van woestijnvaders uit de vierde eeuw, CXLI

Vasten

Vanaf het moment dat Christus de woestijn in trok, werden de eenzaamheid, de bekoring en de honger van iedere mens de eenzaamheid, de bekoring en de honger van Christus. Maar in ruil hiervoor kan de gave van de waarheid, waarmee Christus de bekoringen (de illusie van zekerheid, faam en macht) verdreef, onze eigen waarheid worden, als we haar maar willen aanvaarden.

Thomas MERTON, Raids on the Unspeakable, 1964, blz. 16 (vertaling Dirk Doms)