Hier ben ik niet dood want het is mijn leven. Ik ben wakker en adem en luister met alles wat ik heb en dring door tot de kern. Er bestaat geen twijfel dat ik helemaal de innerlijke eenzaamheid ben toegewijd. Waar dat is maakt niet uit. Geen kwestie van “waar”. Niet “knoeien met mijn hart” of met het hart van anderen. Dit is onontkoombaar. “Het denken is een bedreiging voor wijsheid.” Iemand zijn die “ook al loopt hij op droog land is als was hij op de bodem van een vijver ”.
Het probleem is dit “schrijver” zijn; en een van de meest absurde dingen waarin ik verzeild ben geraakt is dat gedoe met gesprekken en retraites. Dat moet ik onder ogen zien. Ik kan me nu niet helemaal te-rugtrekken, maar ik moet er zeker niet meer op aansturen.
Wanneer de dagen hier me dat hebben geleerd, dan is het goed.