Overspoeld door geluk

Het is niet eenvoudig om iets proberen te verwoorden, waarvan ik weet dat het niet onder woorden te brengen is. Ik heb echt het gevoel dat je alles hebt begrepen en er deelgenoot van geworden bent. Dat je iets hebt gezien, waarvan ik denk dat het het meest kostbare is, maar ook het meest beschikbare. De werkelijkheid die voor en in ons aanwezig is, noem het Wezen, noem het Atman, noem het Pneuma… of Stilte.

En het eenvoudige feit dat we ons door een onmogelijk geluk overspoeld kunnen voelen, door aandachtig te zijn, door te leren luisteren (of door ons natuurlijk vermogen tot luisteren opnieuw te ontdekken): het geluk om, op een onverklaarbare wijze, met alles één te zijn in die verborgen grond van Liefde.

Wat me het meest blij maakt is dat we elkaar allemaal herkennen in deze metafysische ruimte van stilte en geluk en dat we soms voor een moment ervaren dat we vervuld zijn van het paradijs, zonder het te weten…

Mogen we allen in genade en vrede groeien en niet de stilte verwaarlozen die in het centrum van ons wezen is gegrift. Ze zal ons niet in de steek laten. Ze is meer dan stilte. Jezus sprak, zoals je weet, van de bron van levend water…

 

Thomas Merton, brief aan Amiya Chakravarty. In: The Hidden Ground of Love. p. 115-16

Pasen

De kerk stond stijf van plechtige, feodale en ondraaglijke ficties. Die hang naar luister, naar versiering en vertoon komt mij voor als ‘werelds’, zelfs al wordt dit alles verondersteld ‘ter ere Gods’ te zijn. De lente daarbuiten leek me heiliger. Die paasmiddag ging ik naar het meer en zat daar zwijgend te kijken naar de groene knoppen; de wind scheerde over het volkomen stille wateroppervlak, een muskusrat peddelde langzaam naar de overkant. Vredig en betekenisvol. Zachte lentelucht. Je kon er ademen. De alleluja’s kwamen vanzelf terug.

Thomas Merton, Conjectures of a Guilty Bystander. p. 295