Pasen

De kerk stond stijf van plechtige, feodale en ondraaglijke ficties. Die hang naar luister, naar versiering en vertoon komt mij voor als ‘werelds’, zelfs al wordt dit alles verondersteld ‘ter ere Gods’ te zijn. De lente daarbuiten leek me heiliger. Die paasmiddag ging ik naar het meer en zat daar zwijgend te kijken naar de groene knoppen; de wind scheerde over het volkomen stille wateroppervlak, een muskusrat peddelde langzaam naar de overkant. Vredig en betekenisvol. Zachte lentelucht. Je kon er ademen. De alleluja’s kwamen vanzelf terug.

Thomas Merton, Conjectures of a Guilty Bystander. p. 295

Stille zaterdag

“Milosz, het leven staat aan onze kant. De stilte en het kruis, waarvan we weet hebben, zijn onoverwinnelijke krachten. In lijden en stilte, in de beproevende inspanning om eerlijk te blijven te midden van zoveel oneerlijkheid (vooral onze eigen oneerlijkheid): in dit alles ligt onze overwinning. Het is Christus in ons die ons door de duisternis heen voert naar een licht dat we niet kunnen bevatten en dat alleen gevonden kan worden voorbij de schijnbare wanhoop. Alles wordt op de proef gesteld. Elke relatie, elke trouw moet door het vuur worden gelouterd. We zullen veel verliezen. Er is veel in ons dat gedood moet worden, zelfs veel van het beste in ons. Maar de overwinning staat vast. De verrijzenis is het enige licht, en in dat licht is geen dwaling mogelijk.”

fragment uit een brief van Thomas Merton aan de Poolse dichter Czeslaw Milosz (vertaling Dirk Doms)