Een getuigenis

EEN GETUIGENIS
WAAROM IEMAND MERTON BLIJFT LEZEN EN MERTONVRIEND WORDT

Toen ik een jaar of achttien was, las ik gepassioneerd de romans en gedichten van rebelse auteurs als Jack Kerouac, Allen Ginsberg, Gregory Corso en andere leden van de Beat Generation die, als verstekeling aan boord van goederentreinen, de Verenigde Staten doorkruisten en, door overmatig gebruik van alcohol, verhitte discussies voerden over hun leven in de marge van het naoorlogse Amerika, poezie, Jazz en Zen Boeddhisme. Ook de romans van Herman Hesse vol Godzoekers en avonturiers en Walden waarin Henri David Thoreau verslag doet van zijn ‘leven in de bosseri kregen een ereplaats op mijn bescheiden boekenplank.

In die dagen haalde mijn vader een beduimelde pocket uit zijn bibliotheek. Hij stopte me het boekje toe met de aanbeveling het eens te lezen. Zelf had hij het een erg goed boek gevonden, zei hij me. De roman heette Louteringsberg (The Seven Storey Mountain) en bleek de autobiografie te zijn van ene Thomas Merton (°Prades 1915 – + Bangkok 1968) die na tal van omzwervingen katholiek geworden was en tenslotte, in 1941, ingetreden was in een trappistenklooster. Vooral om mijn vader ter wille te zijn, begon ik de, naar mijn gevoel, toch wel erg vrome en gedateerde roman te lezen. En hoe meer ik mij verdiepte in Mertons verhaal hoe meer het mij aangreep en boeide.

Korte tijd daarna vond ik Oplettende Toeschouwer (Conjectures of a Guilty Bystander), een van Mertons laatste boeken en volgens velen zijn beste. Aan de hand van dagboekfragmenten laat Merton zijn lezers binnenkijken in de besloten wereld van een cistercienzer abdij, ook maakt hij hen deelgenoot van zijn enthousiasme voor de oecumene en de interreligieuze dialoog. Naast verstilde en poetische natuurimpressies en beschouwingen over contemplatie en liturgie bevat het boek ook vlijmscherpe analyses en harde kritiek op de Amerikaanse samenleving en politiek van de jaren zestig. De contemplatieve monnik is een oplettende, maar ook betrokken en ‘medeplichtige’ toeschouwer geworden van de vlug veranderende wereld en Kerk. Ik vond de onmiskenbare evolutie tussen beide boeken verrassend en bijzonder inspirerend en wou meteen alles over en van deze contemplatieve criticus lezen. Dat was overigens niet zo eenvoudig want die Amerikaanse monnik bleek zowat een halve boekenkast volgepend te hebben en het meeste daarvan was niet vertaald of niet meteen leverbaar. Overigens verschijnen er nog steeds nieuwe teksten, gedichten en essays van Merton en nieuwe biografieen en commentaren. Ik blijf dus nog wel een tijdje zoet met het lezen en herlezen van en over Thomas Merton.

Met een indrukwekkende eruditie heeft Thomas Merton over een zeer uiteenlopende reeks onderwerpen geschreven, die alfabetisch gerangschikt zouden kunnen worden van ‘ascetisme’ tot ‘Zen’. Naast die ene autobiografische roman, die hem in een klap wereldberoemd zou maken, schreef hij talloze essays en boeken over monastieke spiritualiteit en mystiek, over het Soefisme, Taoisme en Zen Boeddhisme.

Toch is het niet zo zeer die blijkbaar grenzeloze kennis die de boeken en de persoon van Merton zo aantrekkelijk maken. Veel van zijn tijdgenoten hebben de Oosterse religies wellicht grondiger bestudeerd en beschreven en sommigen, zoals de jezuiet Enimyo Lasalle, zijn ook in hun beleving ervan beslist verder gegaan dan die monastieke pionier van de interreligieuze dialoog. Zijn boeken over Zen groeiden voornamelijk uit de jarenlange dialoog met o.a. D.T. Suzuki, zijn interesse voor het Chassidisme vindt haar oorsprong in de vriendschap met Joodse denkers als Abraham J. Heshel en ook zijn ontdekking van het Soefisme ontstonden door de hechte vriendschapsbanden met de bekende orientalist Louis Massignon en een eenvoudige soefi Abdul Aziz uit Karachi.

Ook zijn felle maatschappijkritiek groeiden uit de intense correspondentie met intellectuelen uit alle windstreken. Zo correspondeerde hij met Oost-Europese schrijvers als Boris Pasternak en Ceslaw Milosz en Latijns Amerikaanse auteurs zoals Ernesto Cardenal. Bij de intronisatie van Paus Joannes XXIII had Merton de nieuwe paus geschreven dat hij als contemplatief monnik, zonder zijn klooster te verlaten, een ‘apostolaat van de vriendschap’ wilde beoefenen. Zijn correspondentie met intellectuelen, kunstenaars en activisten maar ook veel zoekende jonge mensen bewijst dat hij daarin wonderwel slaagde.

Merton is ook echt een geestelijk leider. Hij slaagt erin de monastieke bronnen en de mystieke traditie op een heldere, eenvoudige maar integere manier te actualiseren en bereikbaar te maken voor geïnteresseerde leken. Zijn dagboeken schetsen een eerlijk beeld van de moeizame geestelijke strijd die hij dag in dag uit leverde. Door hun eenvoud en eerlijkheid zijn ze ook voor een “doodgewone leek” een uitnodiging en een uitdaging om spiritualiteit ernstig te nemen en een plaats te geven in zijn drukke bestaan in de wereld.

In 1990 leerde ik de Mertonvrienden kennen: een club Vlaamse en Nederlandse mensen die zich toeleggen op het vertalen en bestuderen van Mertons werken, maar vooral een echte vriendenclub. Via hen maakte ik niet alleen in Vlaanderen en Nederland, maar ook in de V.S, Groot-Britannie, Polen en Spanje kennis met mensen die net als ik ‘Merton addicted’ zijn. Merton wordt wellicht nooit heilig verklaard maar zijn charisma van de vriendschap blijft tot op vandaag heel vruchtbaar en hij is voor mij en heel veel mensen een betrouwbare gids in deze donkere, snel veranderende wereld.
Dirk DOMS